Een ervaring uit een nacht van een vrijwilliger

Het is juni en een van de warmste nachten van het jaar. Meestal neem ik een extra dik vest en dekentje mee als ik ‘s nachts ga waken. Maar deze keer lijkt dit niet nodig want de thermostaat thuis staat binnen half elf ‘s avonds nog op 30 graden. Het vooraf slapen is door de hoge temperatuur niet goed gelukt. Meestal zorg ik ervoor dat de dag voor de nacht waken rustig verloopt en dat ik ‘s middags en ‘s avonds even kan liggen. Als vrijwilliger weet je nooit wat de nacht brengt. Het kan een intensieve nacht zijn waarbij je steeds actief met iemand bezig bent;  dit kan zowel lichamelijk als geestelijk zijn. De nacht kan ook erg rustig en stil verlopen waarbij iemand alleen maar diep slaapt. Altijd ben je als vrijwilliger gefocust want sommige mensen sterven als een kaarsje wat langzaam uitdooft.

Vannacht moet ik naar een erg klein dorpje wat ik niet ken. Op Google check ik de route en de straat zodat ik vanavond niet hoef te zoeken en ik op tijd kom. De waakdienst is meestal van 23.00 uur tot 7.00 uur. Kwart voor elf kom ik bij het huis aan waar ik moet zijn. Doordat het nog erg warm is zijn er nog veel mensen buiten en leeft het nog op straat. Van de coördinator die op huisbezoek is geweest bij deze familie weet ik dat ik achterom mag lopen en dat de dochter van mevrouw mij verwacht. Zo kom ik achterom binnen en ervaar elke keer weer het gevoel dat ik in iemand zijn eigen en unieke thuis binnen treedt. Het is een van de redenen dat ik dit vrijwilligerswerk doe. Ik vind het belangrijk dat iemand de mogelijkheid heeft thuis te sterven omdat thuis een plek is waar je jezelf kunt zijn en waar het veilig en vertrouwd is. Juist wanneer het einde van het leven nabij is.

Via de bijkeuken loop ik door de keuken naar de woonkamer en zie dat mevrouw daar in bed ligt met haar dochter zittend naast haar. De dochter houdt haar moeder vast en ik ga aan de andere kant van het bed zitten en stel mij voor aan de dochter en mevrouw. Ik zie dat de dochter liefdevol  naar haar moeder kijkt. Ik beloof de dochter dat ik vannacht goed op haar moeder zal passen, al is het mijn eigen moeder. En dat ik haar direct wakker maak als de situatie verandert, de dochter slaapt namelijk boven in haar ouderlijk huis. Haar vader, de echtgenoot van mevrouw slaapt ook boven. Het is belangrijk en nodig dat familie ‘s nachts kan slapen om het overdag aan te kunnen. Het sterven is een intensieve periode en kan soms dagen tot weken duren. Om dit vol te houden als familie moet je ‘s nachts kunnen slapen en weten dat jouw stervend familielid of partner niet alleen is.

Mevrouw lijkt erg benauwd en kan nog moeilijk contact maken. Toch geeft ze met bewegingen en gezichtsuitdrukkingen aan dat ze je wel hoort. Ik vraag de dochter hoe het met haar gaat en hoe zij vindt hoe haar moeder oogt. De dochter geeft aan dat haar moeder gedurende de avond steeds benauwder is geworden. Ik zie dit als vrijwilliger ook en we spreken af dat ik thuiszorg ga bellen voor overleg zodat de dochter kan slapen. Ik druk de dochter op het hart dat ik haar direct wakker maak wanneer ik het niet vertrouw. Na telefonisch overleg met de thuiszorg spreken we af dat de dokterswacht direct gebeld wordt en dat de thuiszorg niet eerst komt kijken omdat mevrouw dan minimaal nog een half uur extra moet wachten. Ik zit inmiddels naast mevrouw in bed en houd haar met mijn lichaam en kussens rechtop zodat ze beter kan ademen. Mevrouw leunt met haar hoofd tegen de binnenkant van mijn schouder. Ik troost mevrouw door zachtjes tegen haar te praten en vertel haar dat de dokter onderweg is om haar benauwdheid te verlichten. Dit zijn de momenten waar je als vrijwilliger weet dat je goed op je plek bent door er te zijn.

Gelukkig is de dokterswacht er binnen een half uur en geven ze mevrouw morfine en slaapmiddel om de benauwdheid te bestrijden en dat mevrouw kan slapen. Als de benauwdheid niet verbetert mag ik de dokterswacht weer bellen geeft de dokter aan. Dit is fijn voor mevrouw, de familie maar ook voor mij als vrijwilliger. De dokter vertrekt en ik blijf nog even bij mevrouw. Na een kwartier merk ik dat mevrouw niet meer benauwd is en in slaap is gevallen. Ik leg haar comfortabel iets omhoog in bed en trek een fauteuil naast het bed waar ik in ga zitten.

Ik lees graag ‘s nachts en net wanneer ik een paar hoofdstukken uit heb en slokje koffie wil nemen hoor ik voetstappen op de trap. Het is de echtgenoot van mevrouw. Hij loopt naar het toilet en bij terugkomst in de keuken loop ik even naar hem toe. Hij geeft aan buikpijn te hebben en ik vraag of ik een bakje thee voor hem zal zetten. Hij gaat zitten in de keuken en ik merk dat hem allemaal teveel is. Zijn vrouw die hij bijna al zijn hele leven kent en liefheeft ligt in de huiskamer te sterven. We gaan samen in de keuken zitten en ik houd de deur open zodat ik goed zicht op mevrouw kan houden. We praten in de diepe warme nacht over het leven van hun samen maar ook over het dorpje waar ze wonen en het beroep van meneer. Voordat meneer weer naar bed gaat vraag ik of we samen nog even bij mevrouw in huiskamer zullen kijken. Mevrouw slaapt rustig en dhr. staat naast haar. Hij huilt en geeft haar een zoen. Ondanks het verdriet zit in dit moment zoveel moois en ik ben dankbaar dat ik dit als vrijwilliger mag meemaken en een kleine bijdrage kan leveren door er te zijn.

Half zeven ‘s ochtends is de dochter beneden. We praten nog even samen over haar moeder en vader en de afgelopen nacht. Zeven uur vertrek ik naar huis en ga ik voldaan slapen. Na het slapen belt de coördinator om samen met mij de nacht en eventuele bijzonderheden door te spreken. ‘s Avonds half negen krijg ik een berichtje dat mevrouw is overleden.